maandag 31 december 2012

Seizoensgebonden Winterverleiding hst 8

Derde van drie Kersthoofdstukken
Vervolg op: http://seizoensgebonden.blogspot.nl/2012/12/seizoensgebonden-winterverleiding-hst-6.html
en http://seizoensgebonden.blogspot.nl/2012/12/seizoensgebonden-winterverleiding-hst-7.html



-8-

Het is tweede Kerstdag, Murk wordt wakker.
Er is weer niets op de radio of televisie dat interessant genoeg is om de aandacht langer dan tien seconden vast te houden, dus start hij zijn laptop op en klikt YouTube aan.
Bovenaan de aanbevolen clipjes staat Mud's 'Lonely this Chrismas'.

 

Ma Hemelsoet is nog niet wakker en Murk wil dat graag nog wel even zo houden en zet het volume van de laptop gelijk wat zachter omdat moeder wellicht nog een kater van de bessen–appeldrank van de vorige avond ondervindt.
Murk zou wel naar de bibliotheek kunnen gaan die vandaag gewoon geopend is, maar dat loont de moeite niet omdat Jacqueline hem dadelijk zal komen ophalen.
Tweede kerstdag is bij uitstek de gelegenheid om bij schoonfamilie op visite te gaan.
Murk heeft geen schoonouders en de familie de Mol is enigszins gebrouilleerd.
Kerstmis is het feest van vrede op aarde en het motto van Jacqueline luidt bijgevolg dan ook: “waarom zou je deze dag verpesten door schoonfamilie te gaan bezoeken”.
Daarom hebben Murk en Jacqueline besloten de uitnodiging van Rob en Maike hen in Fryslân te komen bezoeken aan te nemen.
Op de radio wordt de uitslag van de verkiezing van het beste verzorgingstehuis van Gedogia bekend gemaakt.
Een inwoonster van de winnende instelling wordt door een redacteur van de nationale nieuwszender geïnterviewd en geeft desgevraagd volmondig toe dat het inderdaad het beste tehuis is.
Ze doet het lijken alsof ze alle centra waar bejaarden noodgedwongen worden opgehokt persoonlijk aan een minutieus onderzoek heeft onderworpen.
Murk ergert zich vaak aan gesprekken die met ervaringsdeskundigen worden gevoerd.
Hij snapt ook nooit wat een verslag van een ooggetuige van een ernstig ongeluk aan het feitelijke nieuws toevoegt.
Mensen maken vaak de meest vreselijke dingen mee, maar dat hoeft dan niet iedereen tot in detail te weten.

Het is bitter koud en op de radio wordt gemeld dat de olifanten in een dierenpark last van bevriezingsverschijnselen hebben.
Doordat zij met hun oren flapperen worden die extra koud en omdat het vel van de dikhuiden op die plek toch wel heel erg dun is barsten de haarvaatjes.
De verslaggever vraagt meelevend aan een verzorger of ze de arme dieren geen muts op kunnen zetten of een sjaal om kunnen doen.
Het zal Murk niks verbazen als er binnenkort een nationale actie 'Breien voor dieren' wordt gehouden.

De bel gaat, Jacqueline en haar kinderen zijn gearriveerd.
Moeder wordt wakker, stormt de trap af en begroet haar dochter en kleinkinderen.
Nadat ma op de aanwezigheid van het bordje met boterhammen en de maaltijd die zij later alleen nog maar hoeft op te warmen is gewezen kan de reis worden aangevangen.

Erwin is niet mee gekomen, hij moest nog werken,.
Hij heeft zojuist een deal met een Ghanese winkelketen rond gekregen en een bestelling om een half miljoen matrassen af te zetten kan je immers zelfs met Kerst niet laten lopen.
Roel doet nog een poging om een lange vervelende rit te vermijden.
“Laten we bij oma blijven, we kunnen toch weer eieren verstoppen en haar laten zoeken, ze haalt toch alle feestdagen door elkaar”.
Maar Jacqueline is onverbiddelijk en de reis wordt aanvaard.

Om de tijd te doden worden er onderweg spelletjes gespeeld, vooral het spel ABC-tje is favoriet.
Het is hierbij de bedoeling dat er in alfabetische volgorde letters ontdekt worden op objecten die langs of op de snelweg opdoemen.
Het gaat een tijd goed, er zijn genoeg verkeersborden te zien en veel auto’s op weg.
Jacqueline hoeft maar een paar keer gas te geven of te vertragen om de kentekens van medeweggebruikers binnen leesafstand te krijgen.
Maar bij de letter 'P' gaat het mis.
“De 'P' “roept Roel als hij de tekst “stop politie” ontwaart.
Een politieauto gaat voor hen rijden en het bord dat achter de achterruit is aangebracht om weerbarstige automobilisten tot stilstand te manen licht op.
Als je alle woorden die Jacqueline slaakt die niet tot het taalgebruik van iemand uit haar milieu behoren buiten beschouwing laat is het ineens opvallend stil in de auto.
Het loopt met een sisser af, de agenten laten zich door de smile van Jacqueline lijmen en ze komen met een kleine vertraging in Murkka aan.

Tot Murk’s verrassing is de broer van Rob, Bertram ook aanwezig.
Hij is nauwelijks veranderd in de jaren dat Murk hem niet heeft gezien, hij heeft zelfs nog steeds hetzelfde kapsel.
Bertram Talsma is eigenaar van 'de Kalebas', een groothandel in biologische groenten en fruit, die zich vooral specialiseert in zogenaamde vergeten groenten.
Hij levert door heel Gedogia, ook aan restaurants die met sterren in de Michelingids vermeld staan.
Maike heeft Rob leren kennen in de tijd dat ze in het restaurant 'de Gooise Pot' van Wim Bensdorp werkte.
Zij was indertijd sous-chef de cuisine en hij hielp zijn broer met het opzetten van de groothandel.
Toen Rob met een krat aardperen de keuken binnen kwam was Maike net bezig met de bereiding haar befaamde gevulde eieren.
Hij viel voor haar en zij hielp hem de knollen weer van de vloer op te rapen en voor zij de kans kreeg om terug te keren naar haar nog te vullen eieren had hij een afspraakje met haar gemaakt.
Wim Bensdorp gaf haar altijd de eer die haar toe kwam door de verrukkelijke eieren onder de naam die zij bij haar geboorte had meegekregen op de menukaart te zetten en die enthousiast bij zijn gasten aan te bevelen.
“De Fransen zeggen “une oeuf est une oeuef”, maar voor onze Fabergae eieren komen de mensen uit alle uithoeken van het land.”
Aan het eind van het jaar moest Wim op zoek naar een nieuwe tweede chef voor “de Gooise Pot” en had Maike een nieuwe achternaam en was zij met Rob naar de hoofdstad van Gedogia vertrokken.

Murk praat met Rob en Maike over het schrijven.
Zij zijn er van overtuigd dat zijn stukjes uitermate geschikt zijn om als columns te worden geplaatst.
Murk ziet dat niet zo zitten, hij wil een compleet verhaal schrijven waar hij eerst nog over kan denken en dingen in kan veranderen voordat hij gaat publiceren.
Bovendien zal hij zich dan te beperkt voelen in zijn onderwerpen en te veel onder tijdsdruk moeten werken, de drang om te schrijven is nu al groot genoeg.
Als hij weer aan een nieuw hoofdstuk begint zoekt hij alle stukken die hij nodig denkt te hebben bij elkaar en in die enorme chaos heeft Murk dan altijd het gevoel dat het hem nooit zal lukken er een consistent geheel van te maken.
Het is dan alsof zijn hoofd een tafel vol onduidelijke stukjes van een legpuzzel is waar hij een helder plaatje van moet maken.
Dat moet dan ook zo snel mogelijk gebeuren omdat 'de tafel' weer voor andere dingen gebruikt moet worden.
Nadat hij eerst de hoekstukjes en de randen heeft gelegd wordt de rest ingevuld en blijkt het totaalplaatje ineens toch anders dan de oorspronkelijke opzet omdat tussen de periodes dat Murk schrijft er dan ook nog steeds nieuwe stukjes bijkomen en anderen niet blijken te passen.
Het is dan ook altijd een opluchting als er weer een hoofdstuk af is.

Rob beweert dat Murk een ongelooflijk goed geheugen heeft, maar daar is deze het absoluut niet mee eens.
“Iedereen heeft toch wel flarden van gebeurtenissen uit een grijs verleden.”
“Het komt veel vaker voor dat ik geconfronteerd word met voorvallen die een ander nog weet die ik me met geen mogelijkheid kan herinneren.”

Het eten wordt opgediend.
Het is weer overheerlijk en doet Murk denken aan de tijd dat Rob en Maike nog in de hoofdstad woonden en hij hen regelmatiger kon bezoeken.
Vooraf is er een salade, een gedurfde combinatie van aardappel, rundvlees, appel, augurk, zilveruitjes, doperwtjes en paprika, aangemaakt met een vinaigrette dressing.
“Het is voorwaar een huzarenstukje!”
“Het is jammer dat schrijvers van gastronomische columns zoals Johannes van Dam alleen over de maaltijden die in restaurants genuttigd kunnen worden raporteren, anders zou over dit banket een juichende recensie kunnen worden geschreven.”
De uitgebreide maaltijd is mede zo fantastisch omdat Bertram de beste ingrediënten voor zijn schoonzus apart heeft gelegd.
Murk kookt ook altijd met verse spullen, het is gezonder, kost minder geld en je bent nauwelijks meer tijd kwijt dan met het bereiden van kant-en-klaarmaaltijden.
Hij heeft geen geduld om uren in de keuken te gaan staan, maar als je terwijl je groenten snijdt of een oog op de pannen houdt andere dingen kan doen gaat er weinig tijd verloren.
Hij vindt het wel jammer dat het moeder qua smaak niet zoveel uitmaakt.
Al haar zintuigen zijn versleten en ze probeert tevergeefs nog wat te proeven door te veel zout te gebruiken.
  
Een uurtje na het eten vertrekken Murk en zijn familieleden weer naar het zuiden.
In de auto raken Franka en Roel niet uitgepraat over hoe leuk ze het in Fryslân hebben gevonden.
Murk is een beetje moe, maar doet op de terugweg geen oog dicht.
Jacqueline gelukkig ook niet en ze komen veilig thuis.

Ma Hemelsoet is al naar bed, Murk zet de tv die ze aan heeft laten staan uit, gaat naar bed en droomt over de toekomst.


The future, Tommorow? well tommorows a long way off

the shangri-las:the past, present and future
Arthur Butler, Jerry Leiber, George Francis Morton

Murk zit alleen op de bank naar de film E.T. op tv te kijken.
Er worden verwoede pogingen gedaan het buitenaardse wezen terug naar zijn soortgenoten te sturen, blijkbaar is zijn verblijfsvergunning verlopen.
"Cant we beam E.T. Up?"
"No, this isn't science fiction, this is reality!"
Plotseling klinkt er buiten gezang, Murk loopt naar het raam en ziet de hemel open gaan, er vliegt een engel laag over, gevolgd door een heel leger van hemelboden.
Ze roemen God: "Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen".
Er lopen herders in de tuin en er zijn enkele tientallen schapen, de engel maakt een duikvlucht, het duister wordt doorkliefd door een hemels licht.
Murk loopt de tuin in om de herders te vragen wat ze daar te zoeken hebben, de schaaphoeders bukken op tijd, maar Murk wordt verblind door de lamp die de engel op haar helm heeft.
De kittige engel tilt Murk op en vliegt in een snelle vlucht met hem weg.
Onderweg stelt de engel zich voor als Eartha, ze vertelt dat dit haar eerste opdracht is en dat ze zijn vragen niet mag beantwoorden.
Na een korte vlucht wordt Murk op een wolk achtergelaten, hij kijkt om zich heen of hij misschien ergens een luchtkasteel ziet, maar dit blijkt niet het geval te zijn.
De wolk lijkt stevig genoeg om zijn gewicht te kunnen dragen en Murk doet een paar voorzichtige stappen.
Als hij een tijdje heeft rondgelopen ziet hij in de verte de gestalte van een oude man op een roze wolk opdoemen.
De man wenkt hem en als Murk dichterbij is gekomen herkent hij Gerard Kornelis van het Reve.
"Leuk dat je bent gekomen, ik krijg hier nooit bezoek" verwelkomt de schrijver hem, "er is hier niets te doen en buiten de zon, de maan en de sterren is er hier geen verlichting en dat maakt vooral de avonden erg vervelend".
Reve ziet het verschrikte gezicht van Murk en stelt hem gerust: "niks aan de handa, voor jou is dit toch maar een droom."
"Heeft u het niet koud?", vraagt Murk, wijzend op het overhemd en het dunne jasje dat de schrijver draagt. "u bent niet erg dik aangekleed".
"Dat heb je toch helemaal niet nodig als je zo'n warme persoonlijkheid bent zoals ik" schertst Reve.
"En bovendien kan je na je dood toch geen kou meer vatten."
Reve kan Murk ook niet wijzer maken over de plaats waar ze zich thans bevinden.
"Ik neem aan dat we in de hemel zijn, maar ze hebben me hier ook nooit iets over de gang van zaken verteld."
Reve gesticuleert met een wijds zalvend gebaar om zich heen.
"Ik weet niet wat jij ervan had verwacht, maar dit is echt alles dat er is."
Murk verklaart dat hij tot op dit moment niet echt in een hiernamaals heeft geloofd, maar dat hij er wel enkele wilde theorieën over heeft bedacht.
"Bijvoorbeeld reïncarnatie, opnieuw beginnen met de verworven kennis in een nieuw lichaam, proberen eerder gemaakte fouten te vermijden, zoals je een computergame kan resetten."
"Er wordt altijd over midlifecrisis gesproken, er zijn zelfs mensen die beweren dat ze een quarter life crisis hebben, maar het zou toch mooi zijn als je achteraf zou kunnen lachen over je third of sixth life crisis."
"Het leven is als het spel ganzenbord, waar je af en toe een tijdje in de put moet zitten, of een paar plaatsen terug wordt gezet en er dan aan het einde achter komt waar alles goed voor was."
Reve maakt een parafrase op een van zijn uitspraken over het hiernamaals.
"Ik vond het leven al fantastisch en dan nu het eeuwig leven hier, ik zit me nu de hele tijd al af te vragen waar ik het eigenlijk allemaal aan heb verdiend".
'Ik vond het leven al het einde en dacht dat het einde nog verrassender zou zijn’, kniesoort Murk,’ wat een deceptie!"
Reve staat op, loopt naar een minibar en vraagt of Murk wellicht ook iets wil drinken.
"Ik heb alleen rode wijn en bessen-appel, dat is een frisse fruitdrank, die heb ik altijd koud staan voor het geval mijn oude moeder hier op een dag nog eens opduikt."
Reve haalt een fles wijn uit de minibar, er wordt geproost en Murk vertelt over de dementie van zijn moeder.
"Dat is een hele nare ziekte" onderschrijft Reve, "daar heb ik zelf ook nog zeer onder geleden in mijn laatste aardse jaren.'
Op verzoek van Murk diept Reve het gedicht Roeping uit zijn geheugen op, het komt er zonder haperen uit, het is alsof de schrijver het pas gisteren in plaats van in 1973 heeft geschreven.

Roeping
Zuster Immaculata die al vier en dertig jaar
verlamde oude mensen wast, in bed verschoont,
en eten voert,
zal nooit haar naam vermeld zien.
Maar elke ongewassen aap die met een bord: dat hij
vóór dit, of tegen dat is, het verkeer verspert,
ziet 's avonds reeds zijn smoel op de tee vee.
Toch goed dat er een God is.

"Het is maar goed dat er hier geen God is’, bromt Murk, ‘ik zou ik weet niet wat doen om Hem voor eens en voor altijd duidelijk te maken dat het echt van geen kant deugt om mensen met zo'n verschrikkelijke aandoening op te schepen."
"Veel goeds zal het wel niet zijn" oordeelt Reve en nipt aan zijn wijn.
Murk maakt van de gelegenheid gebruik om te vertellen dat hij ook een beetje schrijft, de volksschrijver geeft hem een handige tip.
"Bewaar de papiertjes waar je aantekeningen op hebt gemaakt, die kan je altijd nog aan het literatuur-museum verkopen."
Reve schept op hoeveel geld hij wel niet heeft verdiend doordat zijn boeken verfilmd werden.
"Als er dan ook nog een game van wordt gemaakt verdien je tegenwoordig nog een stuk meer" repliceert Murk.
"Kijk je wel uit dat je niet te veel drinkt of drogerende middelen tot je neemt", betwetert Reve, "anders kom je helemaal niet meer aan schrijven toe."
"Ja het leven is verlokkkkkelijk!" valt Murk hem bij, "ik weet er alles van.'

Murk vertelt over de fouten die hij eerder in zijn leven maakte, Reve schudt zijn hoofd en geeft een vaderlijke raad.
"Je hebt je orgasmen van seconden, drugskicks van minuten, de fifteen minutes of fame van Andy Warhol, your finest hours, de dag van je leven, zeven vette jaren, maar je kan beter kinderen verwekken of een boek schrijven, daar kan je een leven lang van genieten."
"En misschien blijven anderen na je dood de boeken lezen en er van genieten’ vult Murk aan, ‘wie schrijft die blijft, wie men nog leest is aanwezig geweest".
"Dat laatste stukje heb je er zeker zelf bij verzonnen" raadt Reve, "ik zou best iets van je willen lezen".
"U hebt zeker geen e-mail?" vraagt Murk tegen beter weten in,"dan zou ik u iets kunnen opsturen".
Reve schudt zijn hoofd, "er is hier helemaal niets, zelfs geen mooie jonge engeltjes met geheime openingen".
Murk vertelt over de inhoud van de drie Kersthoofdstukken waar hij op het moment mee bezig is.
Reve is verrast dat Murk hun ontmoeting in het derde hoofdstuk wil gaan gebruiken.
"Het is een leuk idee’, zegt hij peinzend, ‘een mooie wintervertelling over een moeder, een zoon en een oude schrijver die de geest heeft gegeven".
"Vindt u het niet een beetje vergezocht?" informeert Murk.
"Het maakt niet uit dat sommige gedeelten verzonnen zijn", doceert Reve,"echt gebeurd is geen excuus, de enige taak die je als fictieschrijver hebt is een spannend verhaal schrijven".
"Het kost me behoorlijk wat moeite de Kersthoofdstukken te voltooien" verzucht Murk, "het is moeilijk van zo'n lang stuk tekst een kloppend geheel te maken, ik zal blij zijn als het is volbracht".
Reve loopt naar de minibar, opent een nieuwe fles wijn en schenkt de glazen vol.
"Ik kan je niets te eten aanbieden, men gaat er hier van uit dat men na de dood niets meer pleegt te eten".
"Dat maakt niet uit, ik heb geen honger" antwoordt Murk, "ik heb vanavond al hemels gegeten bij vrienden in Fryslân".
Reve vraagt gierig naar het nieuws uit de wereld der levenden, Murk vertelt hem over de laatste ontwikkelingen op aarde.
"China heeft tegenwoordig meer in de melk te brokkelen, dat heeft helaas nogal wat baby’s het leven gekost".
Reve vraagt lachend hoe het met Mulisch is.
"Heeft ie de Nobelprijs nou al gekregen?"
Als Murk de vraag ontkennend beantwoordt schatert de schrijver het uit.
"Mulisch is vullis!"
Murk completeert het adagium.
"Reve dat is pas leven!"
Reve wil ook graag weten of de laatste kerken al zijn opgedoekt.
"Nee, dat valt behoorlijk tegen, sommige kerken zijn voller dan ooit, men gelooft tegenwoordig de gekste dingen".
Murk vertelt over de nieuwe paus, die in de kerstnacht heeft opgeroepen om kindermisbruik te voorkomen en de wereld wil redden van homoseksuelen en transseksuelen.
"Poe poe, nou nou, het is me wat, die durft" brult Reve, "die Jan Klaassen is zelf het hoofd van de grootste poppenkast met ontuchtige marionetten".
Als Murk Reve over de dood van Harold Pinter vertelt, pinkt de volksschrijver een traantje weg.
"Die man kon zo mooi schrijven, ik heb zijn 'Verjaardagsfeest' nog vertaald, een schitterend stuk over de levensangst van een groep mensen in een kleine ruimte".
De maan breekt tussen de wolken door, Reve en Murk strekken hun benen, er wordt een eiland zichtbaar.
"Dat is het enige uitzicht op de wereld dat ik hier heb" klaagt Reve, "God mag weten welk eiland dat is".
"Sark!" roept Murk uitbundig, "daar heb ik pas nog een documentaire over gezien".  

 

Beide mannen hebben het gevoel dat de droom niet lang meer kan duren en beginnen afscheid te nemen.
"Een zenuwlijder als ik zul je nooit worden" palavert Reve, "maar de goede wil is er".
Reve doet Murk nog een idee voor de naam van zijn Kerstverhaal aan de hand.
'Noem het 'ik droomde van Reve', met mijn naam verkoopt het beter en het klinkt ook goed als het in het Frans wordt vertaald".
Murk lacht en verzekert de oude schrijver dat hij het in overweging zal nemen.
"En blijf dwars', raadt Reve Murk aan, "de 'Bijbelse ezel' in de kerststal gooide immers zijn kont al tegen de kribbe".
Murk belooft dat mocht hij ooit op audiëntie worden ontvangen bij de paus zal klagen over de behandeling die de schrijver in de hemel te beurt is gevallen.
'Bedankt lieve jongen, doe mijn groeten aan je moeder, en ga moedig voorwaarts!"

Murk wordt wakker.
Hij ligt gewoon in bed
In de verte slaat de klok van de GodfriedBomanskathedraal.
Murk telt de slagen.
Tien.
Hij kijkt op de wekker naast het bed, hij heeft twee slagen gemist.
Het is middernacht, Kerst is voorbij.




Meer fragmenten uit Seizoensgebonden vindt u hier







Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen